zondag 12 januari 2014

Schaduwarchieven: "Uitsluitend bestemd voor gebruik in geval van oorlog"

Met als achtergrond de moeilijkheden door de regering gedurende haar gedwongen verblijf in Londen van 1940-1945 ondervonden door het grote gebrek aan inlichtingen, werd reeds in 1948 een aanvang gemaakt met het verzamelen en in veiligheid brengen van alle gegevens, die voor de totale oorlogvoering van het Rijk der Nederlanden van belang kunnen zijn bij eventueel plaatsvindende acties en operaties op het grondgebied van het rijk in Europa.
Zo begon een als "zeer geheim" gemarkeerde brief die Minister-President Drees op 27 oktober 1950 stuurde naar de ministers van Economische Zaken, Financiën, Justitie, Uniezaken en Overzeese Rijksdelen en Sociale Zaken, Wederopbouw en Volkshuisvesting.
Hoe acuut die problemen in Londen waren, vertelt Loe de Jong in de eerste band van deel 9 (Londen) van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Toen de Nederlandse regering in mei 1940 Nederland verliet, waren maar een beperkt aantal ambtenaren in staat geweest mee te gaan. Een van hen was Johannes van Angeren, die destijds secretaris-generaal was op het ministerie van Justitie, onder minister Gerbrandy. Het lukte in Londen redelijk snel om de ambtenaren te huisvesten: C&A had een vestiging in de stad en ook Shell was heel behulpzaam. Maar:
Niet dat daarmee alle moeilijkheden opge­lost waren! Het kostte bijvoorbeeld van Angeren grote moeite om voor zichzelf één oude schrijfmachine te vinden en op het gebied van de Neder­landse wetgeving was hij van alle teksten verstoken. Wel bezat de juri­dische adviseur van het gezantschap, een in Londen gevestigde Nederlandse advocaat, een recente editie van de Nederlandse Wetboeken in de algemeen gebruikte uitgave van J. A. Fruin, maar die advocaat weigerde zijn ‘Fruin’ af te staan, al was het maar voor een dag, en van Angeren moest tevreden zijn met een exemplaar van de editie van 1916 welke zich bij een jong
consulaats-ambtenaar bleek te bevinden.
Koninkrijk der Nederlanden etc, deel 9, band 1, p.7-8
Om dit soort toestanden in de toekomst te voorkomen, werd dus begonnen met het verzamelen van relevante informatie. Drees schreef in zijn brief dat als richtlijn gold dat
minstens die gegevens in veiligheid moeten worden gebracht, die nodig zijn om:
  1. het een uitgeweken regering mogelijk te maken ongestoord te blijven functioneren;
  2. te kunnen voldoen aan de behoefte aan gegevens van de regering en de Commandanten der Strijdkrachten, waar deze zich ook bevinden;
  3. de mogelijkheid te scheppen om reeds in de vreemde de grondslag te leggen voor de reconstructie van het aanvankelijk prijsgegeven grondgebied van het Rijk in Europa.
De verantwoordelijkheid voor deze verzameling lag bij het bureau "Documentatie Nederland" van de Sectie G2 Inlichtingen van de Militaire Inlichtingendienst.
Dit bureau had oorspronkelijk deel uitgemaakt van  Somers G3C en was in het leven geroepen met het oog op een eventuele bezetting van Nederland ingeval het in Europa tot een nieuwe oorlog zou komen. De les die Somer, maar ook Kruis, had getrokken uit de Tweede Wereldoorlog was, dat al in vredestijd maatregelen voorbereid moesten worden 'voor het geval dat'. In dat geval, zo luidde de redenering, zou de regering zonodig naar het buitenland verplaatst moeten worden om van daar uit de strijd voort te zetten. Vandaar het voorbereiden en organiseren van een stay behind-organisatie die de regering dan van inlichtingen zou moeten voorzien; vandaar ook het voorbereiden van de  'oorlogsinlichtingen-archieven' door het Bureau documentatie Nederland  die het de regering in ballingschap mogelijk zouden moeten maken de strijd voort te zetten (zie RIO 61 - De Militaire Inlichtingdiensten, p.55)
Hiermee was het hoofd van de Militaire Inlichtingdienst verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie die de andere departementen cruciaal achtten voor het functioneren van Nederland in oorlogstijd. Maar de andere departementen hadden in die tijd wel wat anders aan hun hoofd en reageerden niet heel enthousiast op het verzoek dat de minister van Oorlog in het voorjaar van 1948 rondgestuurd had. Pas na de hierboven geciteerde aansporing van de Minister-President zelf, kwamen de departementen in beweging.
Toen bovendien medio 1951 onder auspiciën van hoofd G2 een omvangrijke (144 bladzijden in zeer kleine druk) "Questionaire Documentatie Nederland" het licht zag en aan alle ministeries en Hoge Colleges van Staat werd toegezonden kwam de G2C-taak goed op gang.
(zie RIO 61 - De Militaire Inlichtingendiensten, p.65)
Londen, Washington en Curaçao
De verzamelde gegevens werden op drie plaatsen in het buitenland ondergebracht: Post X, Post Y en Post ZPost X was een bunker op marinebasis Parera op Curaçao, Post Y was de ambassade in Londen en Post Z was de ambassade in Washington.
Het ging hierbij vooral documenten over personeel en militair materieel, wat hydrografisch materiaal en informatie over mogelijke Nederlandse industriële doelen bij een buitenlandse aanval. Ik neem aan, maar heb dat nog nergens bevestigd gezien dat er ook wel wat wetboeken etc zijn verplaatst.
Over de opslag in Washington heb ik nog nauwelijks informatie gevonden. Uit een inventarisatie uit 1960 blijkt dat er toen 40 kisten met documentatie opgeslagen waren, terwijl uit een inventarisatie uit 1975 blijkt dat Post Z al sinds 21 augustus 1972 leeg is.
In Londen werden in 1960 in totaal 53 kisten bewaard en waarschijnlijk is dat ongeveer het gemiddelde aantal kisten geweest, al had dat wat voeten in de aarde. In 1953 berichtte de ambassadeur namelijk dat er bij de inrichting van de nieuwe kanselarij geen rekening gehouden was met de opslag van een aantal kisten "met duplicaten van belangrijke en geheime regeringsstukken." De 26 kisten waar het toen om ging, zouden nog wel passen, maar de verwachte aanwas niet meer. Daarbij vroeg de ambassadeur zich af of opslag van dergelijke belangrijke documenten in het centrum van Londen, wel verstandig was.
Dit briefje leverde een uitgebreide correspondentie op tussen Londen en Den Haag, waarin verschillende huizen op het platteland in Cornwall of Wales de revue passeren als bergplaats. Een ander alternatief dat geopperd wordt, is een bergplaats van de Britse overheid. De opslag van de duplicaten in Groot-Brittannië is namelijk een uitvloeisel van een internationale overeenkomst:
Blijkens document SHAPE 444/51 - Int.1200 NATO Secret van 10 september 1951 subject: Shape Defense Information Storage Program (SDISP) is overeengekomen dat schaduwarchieven worden aangelegd en aangehouden onder meer in het Verenigd Koninkrijk.
Uiteindelijk bleek de ambassadeur het toch wat ingewikkeld in te zien, want in 1954 bleek dat door een aanpassing van £50 de kisten toch in de kanselarij zouden passen. Maar dit moest wel als een tijdelijke oplossing gezien worden, want hartje Londen was toch niet zo'n slimme locatie. Een Britse bewaarplaats had de voorkeur.
In wezen ging het in Washington en Londen echt om een beperkte "back-up" van voornamelijk militaire informatie. Dat lag beduidend anders op Curaçao. De bulk van informatie die daar lag, was civiel van aard en bestond uit originelen: kopieën van het archiefregister van het bevolkingsregister en de dubbelen van de akten van de burgerlijke stand. Dit leverde allerlei problemen op, waarbij het plaatsgebrek in de Londense kanselarij in 1953 in het niet viel. Daarover volgende week meer.

Andere schaduwarchieven
Hier wil ik tenslotte nog aanstippen dat niet alleen op Post X, Y en Z schaduwarchieven zijn aangelegd. De Graaff en Wiebes beschrijven in Villa Maarheeze dat ook de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID) in Amerika een eigen schaduwarchief had gevormd. Het zogenaamde "Fotoarchief" - pakketen microfilms - werd opgeborgen in kluisjes van een bank in Michigan. Op het moment dat De Graaf en Wiebes aan hun boek werkten, in 1998, wilde de regering nog altijd niet bekend maken om welke bank het ging. Ook al was het contract al in 1968 opgezegd. Volgens de auteurs duidt dit er hoogstwaarschijnlijk op dat de CIA betrokken was bij het besluit om voor die bewuste bank te kiezen. En dat betekent dan weer dat de BID de films net zo goed meteen bij de CIA of FBI in beheer had kunnen geven. (Villa Maarheeze, p. 212.)

Gerelateerd
Schaduwarchieven: de dubbelen van de Burgerlujke Stand keren terug

Bronnen
NL-HaNA, Defensie: Gewoon en Geheim Verbaalarchief, 2.13.151, inv.nr. 6308, 1975-1980, 97 - Regeling met betrekking tot de door verschillende departementen aangehouden schaduwarchieven in het buitenland, met retroacten 1948 - 1974.
NL-HaNA, Defensie / Gewoon en Geheim Verbaalarchief, 2.13.151, inv.nr. 6237 - Onderbrengen van de in Engeland aanwezige schaduwarchieven in de ambassade te Londen.

Plaatje: Schaduwarchief van Alex van Koten

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen