donderdag 19 juni 2014

maandag 19 mei 2014

Gelezen: Ruth Belville. The Greenwich Time Lady van David Rooney

Afgelopen woensdagochtend kwamen wij er om vijf over zeven achter dat het al vijf over acht was. De klok op de slaapkamer had 's nachts blijkbaar een uur "gemist", waardoor we nog maar een klein kwartiertje hadden om twee kinderen gekleed en gevoed naar school te krijgen. (Wat trouwens gelukt is.)
Als mijn wereldbeeld ook maar enigszins magisch was, zou ik hebben gedacht dat er meer aan de hand was dan enkel een raar technisch mankement. Naast de klok op het nachtkastje lag namelijk al de hele week het boek Ruth Belville. The Greenwich Time Lady van David Rooney. Daarin beschrijft Rooney hoe tussen 1836 en 1940 in Londen de juiste tijd werd vastgesteld en verspreid.
Dat is een fascinerend verhaal, vooral omdat Rooney heel mooi laat zien - dat is ook zijn centrale uitgangspunt - dat nieuwe technieken niet van het ene op het andere moment oude maar vertrouwde technieken vervangen.
Hoofdpersonen uit het boek zijn Ruth Belville en haar ouders John en Maria Belville. Met zijn drieën "verspreiden" zij meer dan honderd jaar de precieze Greenwich Mean Time onder handelaars en klokkenmakers in Londen. Iedere maandagochtend lieten zij hun uiterst precieze chronometer door de techneuten van de Royal Observatory ijken en certificeren. Daarna reisden ze door de stad om bij hun abonnees de precieze tijd af te leveren.
Een andere chronometer van John Arnold.
De chronometer die de Belvilles gebruikten was in 1794 gemaakt
door John Arnold en werd daarom liefkozend "Arnold" genoemd. 
In die eeuw dat de Belvilles met hun klok door Londen reisden, veranderde de stad aanzienlijk, vooral door technologische ontwikkelingen die hun dienst bedreigden. Rooney beschrijft vooral die ontwikkelingen: hoe de tijd via telegraaflijnen vanuit het observatorium naar de treinstations werd verzonden en hoe in 1908 een rel ontstond wegens een grote hoeveelheid "lying clocks" in Londen. Hij beschrijft uitgebreid dat de onrust vooral aangewakkerd werd door de Standard Time Company, een bedrijf dat een techniek ontwikkeld had om klokken "automatisch" te synchroniseren. Dat zou de dienst van Ruth Belville overbodig maken.
Hij beschrijft de invoering van de zomertijd in Engeland, de introductie van de zes pips van de BBC - dit jaar toevallig 90 jaar geleden - en de ontwikkeling van TIM, de klok die je kunt bellen.
 
In het Pathé-filmpje hierboven zie je van 0:46 tot 1:47 de in gebruik name van het apparaat. In het eerste jaar werd er alleen al vanuit Londen 20 miljoen keer naar 846 (TIM) gebeld om Ethel Cain te horen.

Uiteindelijk stopt Ruth Belville in 1940 als de oorlog uitbreekt (ze is dan 86!) met haar dienst. De techniek had haar ingehaald en reizen door Londen werd door de Duitse luchtaanvallen te gevaarlijk.

Rooney schrijft heel toegankelijk en slaagt er in om allerlei ingewikkelde dingen helder uit te leggen. Zou iemand ook eens zo'n boekje over de "Nederlandse tijd" kunnen schrijven?
Bijvoorbeeld over de invoering in 1909 van de Amsterdamse Tijd (die 19 minuten en 32,13 seconden voorliep op de Greenwich Mean Time. Of over de telefoonklok die F.H. Leeuwrik in 1934 voor de gemeente Den Haag ontwikkelde. Of over hoe men in de 19e eeuw wist hoe laat de trein zou komen?

Gerelateerd
Geen schaduwarchieven, wel wat foto's uit Greenwich

vrijdag 16 mei 2014

De archiefdief doet het in het depot

Zo'n twee jaar geleden schreef ik verschillende keren over de archiefdief Barry Landau, die zijn hele New Yorkse appartement vol had liggen met waardevolle archiefstukken. In september vorig jaar werd in Canada John Mark Tillmann veroordeeld tot negen jaar celstraf wegens diefstal en fraude. De aantallen die Tillmann gestolen heeft zijn onvoorstelbaar:
In late October, RCMP Constable Darryl Morgan, the lead investigator, and other officers visited Mr. Tillmann in jail, spending days looking at photographs of stolen paintings, documents, antique tools, glassware, old books, and furniture that they recovered, but had no clue where they were from.
Now, Constable Morgan and his partner, Tracey Chambers, are undoing Mr. Tillmann’s work, spending their days travelling the Maritimes, visiting antique stores, volunteer-run country museums, universities and even the legislature to return some of the 7,000 artifacts found in Mr. Tillmann’s Halifax home.
So far about 2,000 pieces have been identified – and several hundred items returned.
Op deze kaart staan de grootste diefstallen geprojecteerd.
Tillmann stal niet alleen boeken en archiefstukken, maar ook schilderijen en het harnas dat hierboven afgebeeld staat. En nog meer rare dingen:
Unlike the elaborate art heists of Hollywood movies, targeting the rarest and most expensive artifacts, Tillmann’s thefts tended instead to be less extravagant and unusual in choice: a lemon squeezer, a nutmeg grinder, a brass telescope, a vintage wooden hockey table, a door, an Austrian water pitcher, a water pump, a steam engine, a geometric rug, a wooden apple barrel, a set of old wooden skis, and an old stove. His regular targets were museums, provincial and university archives, small-town antique shops, general stores and, in some instances, the very people he sold artifacts to. 
De modus operandi van Tillmann was redelijk simpel:
 Tillmann typically used younger women as his accomplices, but his first partner-in-crime 20 years ago, he says, was his mother, Noreen Gregory. “Being a little old lady, she was trustworthy,” Tillmann says. “My mother would take [shopkeepers] into another room and they’d be so busy engaged in conversation that I could have walked out with probably whatever I wanted.” 
Maar hij deed het, samen met zijn vriendin, ook wel eens op de Hollywood manier:
The pair also stole a letter written in 1758 by General James Wolfe, the victor at the Plains of Abraham, from the Dalhousie University archives. Mr. Tillmann explains that he was able to copy a set of keys that opened a vault in the university’s library. He and Katya hid in the women’s bathroom until the night security guard left and used the keys to get into the vault, which was jammed with documents. After two hours of searching, around 3 a.m., they hit “pay dirt.”
“I said, ‘Oh, Jesus Christ, if this is real’ – and it looked all real, [it] was the George Washington letter, worth probably half a million to a million dollars in itself. … And I thought, ‘Oh wow.’”
Rooting around further, they found the Wolfe letter.
“We became so exuberant over this – because it was pretty euphoric being in there and knowing at that point that you have millions of dollars worth of documents on the black market – that we ended up having sex right in the middle of all these papers and stuff strewn around,” he recalls. 
In een film is dit volstrekt ongeloofwaardig, maar, om met Reve te spreken:

"De werkelijkheid herken je aan haar onwaarschijnlijkheid."

Gerelateerd
7 jaar voor diefstal van archiefstukken
La vie sexuelle de l'archiviste
Wat doet Ingrid (van Henk) in het archief?

donderdag 15 mei 2014

woensdag 14 mei 2014

Google moet soms mensen vergeten

INF3-271 Anti-rumour and careless talk You forget - but she remembers
Ongeveer alle media schreven gisteren over de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie die Google dwingt om zoekresultaten te verwijderen: NRC, de Redactie, The Guardian, de Volkskrant, Security.nl en vast nog wel meer.
Kortweg komt het erop neer dat individuen in sommige gevallen zoekmachines kunnen vragen om verwijzingen naar bepaalde pagina's te verwijderen als deze gevonden worden via hun naam. Het Hof schrijft dat zo:
Het Hof voegt daaraan toe dat in het kader van de beoordeling van een dergelijk verzoek dat is ingediend door de betrokkene ten aanzien van de door de exploitant van een zoekmachine verrichte verwerking, met name moet worden onderzocht of deze persoon recht erop heeft dat de betrokken informatie over hem thans niet meer met zijn naam wordt verbonden via een resultatenlijst die wordt weergegeven nadat op zijn naam is gezocht. Indien dit het geval is, moeten de koppelingen naar de webpagina’s die deze informatie bevatten van deze resultatenlijst worden verwijderd, tenzij er bijzondere redenen zijn, zoals de rol die deze persoon in het openbare leven speelt, die een overwegend belang van het publiek rechtvaardigen om in het kader van een dergelijke zoekopdracht toegang tot deze informatie te krijgen. 
Het betekent nadrukkelijk dus niet dat de hele pagina niet meer via de zoekmachine gevonden kan worden. Als je zoekt op een andere term dan de naam, kun je de pagina wel nog vinden. 

Allemaal leuk en aardig (of niet), maar één ding snap ik niet.
De NRC schrijft dat de zaak tegen Google aanhangig was gemaakt door
een Spanjaard. Hij had zijn huis via internet verkocht, maar zag nog steeds berichten daarover uit 1998 bij Google opduiken. De man zat toentertijd in de schulden en moest daarom zijn huis verkopen. Hij diende een klacht in bij het Spaanse bureau voor de bescherming van persoonsgegevens, die vervolgens een zaak aanspande tegen de Spaanse vestiging van Google.
De krant is dus heel netjes en noemt de naam van de Spanjaard niet. Maar wat doet het Hof? Dat schrijft in zijn persbericht gewoon de naam van "de Spanjaard" voluit en beschrijft uitgebreid de context van de zaak.
In 2010 heeft Mario Costeja González, Spaans staatsburger, bij de Agencia Española de
Protección de Datos (Spaans agentschap voor de gegevensbescherming, AEPD) een klacht ingediend tegen La Vanguardia Ediciones SL (uitgeefster van een dagblad met grote oplage in met name de regio Catalonië) en tegen Google Spain en Google Inc. Costeja González betoogde dat wanneer een internetgebruiker zijn naam in de zoekmachine van het Googleconcern („Google Search”) invoerde, de resultatenlijst koppelingen weergaf naar twee pagina’s van het dagblad La Vanguardia van respectievelijk januari en maart 1998. In deze pagina’s werd met name een verkoop per opbod van gebouwen aangekondigd die was georganiseerd na een beslag ter terugvordering van de door Costeja González verschuldigde sociale zekerheidsschulden. 
Hoe lang zou Google deze zoekresultaten nog mogen tonen?

Gerelateerd
"Vergeten, hoe zou ik jou kunnen vergeten" Over Europese privacy
Google's autocomplete is smadelijk (en Barack Obama is jouw fiets)

Plaatje: via Wikimedia Commons

zondag 11 mei 2014

Schaduwarchieven: ook "krijgsgeschiedkundige" werken zijn essentieel

Titelblad van een van de geschiedkundige werken die veilig gesteld moesten worden
Eigenlijk was dat plan uit 1948 van de Minister van Oorlog om cruciale informatie veilig te stellen in het buitenland niet zo gek. Maar bij de uitvoering zijn toch wel een paar vraagtekens te plaatsen. Ik schreef eerder al dat voor 1953 onder andere de contracten voor het leveren van badhanddoeken aan de Marine naar Curaçao werden gestuurd.
Maar misschien nog wel gekker vind ik het verzoek dat de directeur van de krijgsgeschiedkundige afdeling, kolonel van Ham, in 1958 aan zijn bureaudirecteuren stuurde. Enkele weken eerder had de Chef van de Generale Staf
de aandacht gevestigd op het feit dat de Koninklijke Landmacht weinig of geen gebruik maakt van de mogelijkheid tot oplegging van daarvoor in aanmerking komende gegevens in de reeds gevormde schaduwarchieven en [er] met nadruk gewezen op de noodzaak, in voorkomend geval hiertoe bij te dragen.
Daarop vroeg Van Ham zijn directeuren om te bezien of zij over gegevens beschikten die voldeden aan de volgende criteria:
  1. het een uitgeweken regering en haar organen mogelijk te maken te blijven functioneren;
  2. te kunnen voldoen aan de behoefte aan gegevens van de regering en de Commandanten der Strijdkrachten, waar deze zich ook bevinden;
  3. de mogelijkheid te scheppen om reeds in de vreemde de grondslag te leggen voor de reconstructie van het aanvankelijk prijsgegeven grondgebied van het Rijk, van de Regeringsorganen en van de krijgsmacht.
Deze criteria wijken iets van van de richtlijn die Drees in 1950 rondstuurde naar alle ministers. Daarin werden de regeringsorganen en de krijgsmacht niet genoemd. Maar het blijft helder dat het enkel gaat om informatie die cruciaal voor het functioneren van een regering tijdens en de reconstructie van een bestuur na een bezetting.
Op 9 juli 1958 stuurde Van Ham een overzicht van de gegevens die hij graag, in drievoud (!), aan de, zoals hij schreef schaduwbibliotheek wilde toevoegen. Hierbij was hij "uitgegaan van noodzaak van het behoud van gegevens ten behoeve van de voortzetting van de geschiedschrijving na een eventuele oorlog en gebaseerd op de ervaringen in Wereldoorlog II." Het volledige overzicht zag er als volgt uit:
  1. Bureau contemporaine Krijgsgeschiedenis
    1. manuscript van het werkstuk over Nederlands Nieuw-Guinea
    2. manuscript van het werkstuk over Suriname
    3. manuscript van het werkstuk over Nederlandse antillen
    4. manuscript stafwerk: "De Koninklijke Landmacht in Korea 1950-1954"
    5. manuscript jaaroverzichten K.L. aanvangende met 1957
    6. manuscript van de werkstukken i.z. de opbouw van de K.L. sedert 1945.
  2. Bureau Nieuwe Krijgsgeschiedenis
    1. reeds verschenen publicaties over W.O. II tw.
      1. stafwerken van: "De strijd op Nederlands grondgebied tijdens Wereldoorlog II"
      2. Militair Gezag (14.9.'44 - 4.3.'46)
      3. Van capitulatie tot capitulatie.
      4. Beknopt overzicht van 10-19 Mei 1940
      5. Overzicht van de Duitse aanval in Mei 1940
De afdeling bevat nog twee bureaus, maar  daar liggen de zaken "iets anders", omdat daar gewerkt wordt met
onvervangbare gegevens uit vroegere tijden (18e eeuw).
De vergaarde documentatie was een moeizaam werk en onontbeerlijk voor de vervaardiging van het stafwerk: "Het Staatsche Leger."
De manuscripten zijn tot stand gekomen, veelal door onderzoekingen ter plaatse van de te beschrijven veldslagen (buitenland), zodat de verkregen gegevens mede onvervangbaar zijn.
Het is me niet duidelijk of dit nu betekent dat alle gegevens of juist helemaal geen gegevens van deze afdelingen in het buitenland veilig gesteld moeten worden.
Hoe dan ook, lijkt me dat al deze informatie bijzonder interessant en waardevol is, maar niet essentieel voor een regering in ballingschap.

Gerelateerd
Schaduwarchieven: "Uitsluitend bestemd voor gebruik in geval van oorlog"

Bronnen
NL-HaNA, Defensie: Gewoon en Geheim Verbaalarchief, 2.13.151, inv.nr. 6308, 1975-1980, 97 - Regeling met betrekking tot de door verschillende departementen aangehouden schaduwarchieven in het buitenland, met retroacten 1948 - 1974.
NL-HaNA, Def / Generale Staf 1945-1972, 2.13.196, inv.nr. 3137, Stukken betreffende de oplegging van documenten in schaduwarchieven in het buitenland in tijd van oorlog

vrijdag 9 mei 2014

Hoe het Britse Nationale Archief social media "archiveert"

Sinds gisteren archiveert The National Archives 
tweets and You Tube videos published by UK central government departments from their official Twitter and YouTube social media platforms.
En op het weblog van het archief legt Tom Storrar uit wat dit betekent.
Government now uses a wide variety of social media platforms but we have limited this project to Twitter and YouTube as, although archiving them presented unique technical challenges, we were confident that it was feasible. In addition, Twitter and YouTube are heavily used across central government and contain a large amount of information that may not be accessible elsewhere. For comparison, Facebook is far too complex to archive effectively at scale while limiting to government accounts. Flickr is very similar. Now we have developed scalable solutions for Twitter and YouTube we will capture target accounts according to a regular schedule, and ensure this content remains available even after the original accounts have gone.
Omdat ik vind dat er een paar rare passages in staan, staat in de titel van dit stukje archiveert  tussen aanhalingstekens.

Twitter
Het archief gebruikt voor de overheidstweets de twitter-api om in een keer een grote hoeveelheid tweets te kunnen downloaden. Maar:
Having a way to download a more comprehensive set of tweets and provide access to them did not mean that we should preserve and give access to them. We can only do this with government-produced content so tweets sent from non-government accounts that form part of a conversation on Twitter haven’t been preserved.
Retweets made by a government account will appear, by default, in the API. However, as retweets are Tweets from different accounts to the account holders we are permitted to capture, we could not justify including them in our archive. We wrote a script which specifically excluded retweets from the archived code.
Ik vind dit raar.
Allereerst denk ik dat als een overheidsorganisatie een tweet van iemand anders "retweet" dat volgens mij ook een tweet van die overheidsorganisatie is, die gearchiveerd zou moeten worden.
Ten tweede begrijp ik uit deze passage dat van discussies enkel de berichten van de overheidsorganisatie worden bewaard. Dat levert dan toch een onbegrijpelijke serie tweets op? Ik weet het, je kunt digitaal niet altijd met analoog en social media niet altijd met asocial media vergelijken, maar een door de overheid ontvangen briefje of e-mail maakt toch ook deel uit van het overheidsarchief?
Ik vermoed dat hier iets met de Auteurswet speelt, maar dat maakt het niet minder raar.

Iets vergelijkbaars geldt voor het "oplossen" van ingekorte links:
The challenge here was to allow the user to see the intended destination for a shortened link without archiving content from websites that are not within scope for our web archiving activity.
We wrote an application that expands the shortlinks and determines which final URLs are from government websites and which aren’t. For those that do go to government websites and are captured, we provide normal access to the archived webpage.
Dus alleen overheidssites worden bewaard. Ik vind het wel mooi dat direct naar het webarchief verwezen wordt, maar het kan hierbij de vraag zijn of de pagina waar de link naar verwijst inhoudelijk nog wel dezelfde is als de pagina uit het webarchief.

Op deze pagina kun je zien van welke overheidsorganisaties het archief de twitter-accounts als test heeft gearchiveerd. De komende tijd zullen deze automatisch aangevuld worden.

Wat verder opvalt, is dat het archief voorlopig alleen voor Youtube en Twitter gekozen heeft, onder andere omdat Facebook "is far too complex to archive effectively at scale while limiting to government accounts." In Antwerpen lukt dat best.

Gerelateerd
Mijn eerste Duitse presentatie tijdens Offene Archive 2.1 #archive20
Stop eens een Facebook-pagina in je archief