zondag 31 januari 2016

Thunderbirds, archieven en vervanging


Thunderbirds Are Go S01E03 door racedaily

Om een losgeslagen ruimtemijn onschadelijk te maken, hebben de Thunderbirds een code nodig die op een gescand formulier staat.  Helaas is de scan slecht, waardoor het laatste cijfer onleesbaar is. Gelukkig wordt het papieren formulier bewaard in een gigantisch archiefdepot onder Londen. De dienstverlening is nogal krakkemikkig: een robot-telefoniste, een receptioniste, formulieren en een commissie liggen dwars. Maar Miss Penelope en haar chauffeur Nosey laten zich niet uit het veld slaan...
Thunderbirds are go!

woensdag 30 september 2015

Vermoorde Petra Pazsitka leefde verder als Frau Schneider


In juli 1984 ging de 24 jarige Petra Pazsitka in Braunschweig naar de tandarts. Daarna is niets meer van haar vernomen. Ze werd als vermist opgegeven en Aktenzeichen XY... Ungelöst (het Duitse Opsporing Verzocht) besteedde er begin 1985 bovenstaande aflevering aan.

Terzijde: als kind heb ik daar heel veel afleveringen van gezien. Vond het ook altijd een fascinerende naam voor een programma. Het archief zat er toch al vroeg in...

Er was zelfs in 1986 iemand die toegaf dat hij Petra vermoord had (al trok hij die verklaring later weer in). In 1989 werd de vrouw, ondanks dat er geen stoffelijk overschot was gevonden, officieel dood verklaard.
Tot vorige week, toen de politie een huis in Düsseldorf doorzocht na een inbraak en daar bij "Frau Schneider" een oude identiteitskaart van Petra Pazsitka vond. Blijkbaar had ze haar verdwijnen in 1984 goed gepland (ze had in ieder geval een kleine €2000 opzij gezet), waardoor ze ruim 30 jaar een nieuw leven kon leiden.


Een voorwaarde was in ieder geval dat ze alles contant betaalde:
Wie die „Braunschweiger Zeitung“ berichtet, hatte sie kein Konto und war auch nicht versichert. Von der Miete bis zum Strom habe sie alles bar gezahlt. Offenbar reichte das, um viele Jahre nicht gefunden zu werden.
Dat ze zo snel geïdentificeerd kon worden, kwam trouwens door een administratieve (archivistische) fout.
Dass Petra Pazsitka so schnell identifiziert werden konnte, lag übrigens auch an einem bürokratischen „Versäumnis“ der Braunschweiger Beamten: Eigentlich müssen laut Bosse vermisste Personen aus dem System gelöscht werden, wenn sie für tot erklärt wurden. Bei Petra Pazsitka war das aber nicht passiert.
En blijkbaar worden de dossiers van onopgeloste moordzaken in Braunschweig ook niet zo snel vernietigd:
Zum „Mordfall Petra Pazsitka“ sagte der Braunschweiger Polizeisprecher Joachim Grande: „Wir klappen den Deckel jetzt zu. Wir hatten den Aktenordner hier noch stehen.”
Waarom Pazsitka "verdween" is trouwens niet duidelijk.

Gerelateerd
Monique Jacobse krijgt haar identiteit terug
Susan LeFevre was 32 jaar Marie Walsh
Drie keer gestorven, vijf jaar cel
Dood of levend?
De kano-man voer naar Panama
De bankier die toch niet dood was

donderdag 10 september 2015

De datum op een webpagina

9 februari 2015
Vorige week stuurde een dorpsgenoot me een berichtje met een link naar een pagina op de gemeentelijke website. Hij vroeg zich af of de datum hij zag - 9 februari 2015 - wel klopte. Toen ik die pagina op mijn tablet opende, stond er echter 2 september 2015 als datum. We wisselden wat screenshots uit (vergelijkbaar met de plaatjes hierboven en beneden), ik opende de pagina op mijn laptop en keek ook maar eens naar de html-code. Overal zag ik 2 september 2015 staan.
2 september 2015
Het duurde meer dan een uur voordat mijn dorpsgenoot door had waar het verschil aan lag: de taalinstellingen van zijn telefoon stonden op Engels (VS).
En ja hoor, toen ik de taalinstellingen op mijn tablet (of in de browser op mijn laptop) op Engels (VS) zette, verscheen ook bij mij de datum 9 februari 2015.

Oh boy!

Blijkbaar worden de pagina's samengesteld uit een database waarin de datum van het besluit vastgelegd wordt als DD/MM/YYYY, in dit geval dus 02/09/2015. En blijkbaar wordt de presentatie van die pagina beïnvloed door de taalinstellingen van de browser: is het een Amerikaan die de pagina opvraagt, dan wordt de datum 9 februari, is het een Nederlander (of wie dan ook, eigenlijk) dan wordt het 2 september.

Ik heb het nog even uitgeprobeerd op andere pagina's en ja, 1 juli wordt 7 januari. Maar 15 juli, blijft gewoon 15 juli.

Om het nog wat ingewikkelder te maken: de bewuste pagina staat niet in The Internet Archive, maar als je de pagina zelf archiveert bijvoorbeeld met behulp van archive.is, of HTTrack (in de standaardinstellingen), dan krijg je de pagina met de Amerikaanse datum.

Ik hoef niet uit te leggen waarom het problematisch is als de datum op een "officiële bekendmaking" varieert, hè?

Gerelateerd
Parkeertarieven op de website
Wayback in de rechtszaal
Eisen webarchivering van de VNG

woensdag 5 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 – dag 3

De zevende editie van het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) vond plaats op 29-31 juli in het Stadsarchief Amsterdam. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. In deze bijdrage gaan we verder met de derde en afsluitende dag, 31 juli. Niet alle lezingen worden behandeld, dus net als bij dag één en twee geldt: als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan graag het reactievenster onderaan om zelf toe te voegen.

Derde dag, 31 juli
Ik heb de eerste paar lezingen van dag 3 helaas gemist, maar was gelukkig nog net op tijd over het verhaal over de wampum van Jonathan Lainey. Daar heeft Ingmar al over geschreven en de lezing voegde daar eerlijk gezegd inhoudelijk niet veel aan toe... maar Lainey was wel een heel onderhoudende spreker. Lees vooral Ingmar z’n blogs nog een keer.

Er is ietwat geschoven in de lezingen, wat betekende dat Jonathan Furner meer tijd had – en dat vond ik hélemaal niet vervelend! – om te spreken over de geschiedenis en huidige staat van ‘data modeling’ in de archivistiek. Datamodellen worden gebruikt in de informatisering en informatiewetenschap om de wereld zoals we die om ons heen kennen, te vertalen naar het gedrag van databanken en informatiesystemen. In feite is het principe niet heel erg nieuw: datamodellen bestaan al onder de oppervlakte sinds we kaartenbakken of zelfs indices zijn gaan maken, of eigenlijk sinds we de neiging hebben gekregen om de wereld te ordenen. Maar waar het verschil echt in zit volgens Furner, is de aard van de objecten die je beschrijft. In de wereld van de ‘erfgoedsector’ onderscheiden we de vier GLAM-instellingen en informatiestandaarden: galerieën, bibliotheken (libraries), archiefinstellingen en musea. Elke sector met zijn eigen beheerobjecten (hoewel galerieën en kunstmusea in veel gevallen uitwisselbaar kunnen zijn) en dus elk met zijn eigen informatiesysteem en datamodel. Toch? Nou, ja en nee...
Want naast de neiging om te ordenen, hebben we ook de neiging om ordeningssystemen op elkaar aan te sluiten. Fruner verwijst naar de ontwikkeling van een nieuw overkoepelend datamodel voor archieven van de ‘expert group on archival description’ (EGAD) van de Internationale Archiefraad (ICA). Die groep heeft blijkbaar een rapport heeft geschreven over het sterker aansluiten van de archivistische beschrijvingsstandaarden aan die van de andere GLAM-instellingen. Waarschijnlijk om aan te kunnen sluiten bij initiatieven als OpenGLAM, of om objecten te kunnen beschrijven die zowel museumstuk als archiefstuk zijn (denk aan scheepsmodellen). Maar is dat wel verstandig? Volgens Furner niet, want wat gaan we inleveren op ons eigen datamodel? Het datamodel voor musea is op dit moment bijvoorbeeld onnodig ingewikkeld, willen we dat invloed laten hebben op archivistische beschrijving? En daarnaast is de hiërarchie van het model voor archivistische beschrijving, een van de belangrijkste eigenschappen van dit model, geheel niet aanwezig in de andere beschrijvingsstandaarden. In het kort de conclusie van Furner: verwijs naar elkaar, prima, maar sluit niet op elkaar aan.
Dat deed me nog denken aan een andere overweging. We zijn al geruime tijd bezig om de werelden van archivistisch beheer en informatiemanagement/informatiearchitectuur bij overheden (ik noem maar een voorbeeld) op elkaar aan te laten sluiten. De mensen in die vakgebieden, de recordsmanagers, informatiemanagers en informatiearchitecten, zijn de natuurlijke gesprekspartners voor archivarissen als het gaat om de informatie die zij op (steeds korter wordende) termijn in beheer krijgen. Als je aan de andere kant met je archivistische beschrijvingsstandaarden en datamodel juist nadrukkelijk gaat aansluiten op instellingen in de erfgoedsector, beweeg je dan nog wel in de juiste richting? En trouwens, ben je als archivaris wel overwegend een erfgoedprofessional? (Maar dat is meer een wezensvraag.)

Waar Elizabeth Shepherd I-CHORA 7 aftrapte met de eerste lezing, zo was haar mede-auteur van het standaardwerk de afsluiter van de reeks. De onvoorstelbaar Britse Geoffrey Yeo hield een verhaal over een klassieker in de archivistische literatuur: Archives in the ancient world van Ernst Posner. Kort samengevat stelde Posner dat de gebruiken binnen het archiefbeheer van de vroeghistorie (Mesopotamië, Oud-Egyptenaren en Oud-Grieken) min of meer gelijk waren aan de gebruiken van ‘vandaag’ (i.c. de jaren zestig). De kleitabletten werden ook geordend, opgeslagen in archiefruimten met planken en beschreven in registers. Men was gründlich in de oudheid, en archiefbeheer is het op-één-na oudste beroep ter wereld! Nou... niet dus. Yeo gebruikte vervolgstudies om de conclusies van Posner zo ver af te pellen, dat er bar weinig van over bleef. Kennelijk is de wetenschappelijke wereld soms ongenadig. Dat het boek in zijn tijd een mooi voorbeeld was van onderzoek naar archieven, daar was Yeo het wel mee eens. Maar achteraf bezien blijft er geen Mesopotamische archiefkast van overeind staan...

De conclusie na drie dagen en 28 lezingen: I-CHORA is geweldig in zijn informatierijkheid en opzet. (Alleen de koffie had deze keer beter gekund.) Mocht het nog een keer in Nederland of West-Europa komen: mensen, maak er gebruik van! En als de KVAN-Dagen vanaf de editie in Amersfoort nog verder deze kant op gaan, dan mogen we daar alleen maar blij mee zijn.

Joost van Koutrik werkt bij Het Utrechts Archief en zit ook nog eens in de Archiefcommissie van de VNG.

dinsdag 4 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7, dag 2

Sinds 2003 vindt gemiddeld eens in de twee jaar het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) plaats: een congres waarin onderzoekers hun werk presenteren dat te maken heeft met archieven of archiefbeheer, om vervolgens te worden overladen met vragen vanuit het publiek. Voor de zevende editie is I-CHORA op 29-31 juli neergestreken in het Stadsarchief Amsterdam. Als congrescorrespondent voor Ingmar bladert en schrijft mocht ik verslag doen.
Ik ga hier niet alle 28 lezingen behandelen, maar een keuze hieruit. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. En als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan vooral de ‘Reageer’-knop onderaan!

Dag 2, 30 juli
Jeanette Bastian opende dag twee met een discussie die al decennia woedt, maar met digitalisering van de samenleving alleen maar vloeibaarder is geworden: wat is een ‘archief’? Wat is een archief voor archivarissen/beheerders en wat is het begrip voor andere mensen, met name onderzoekers. Waar archivarissen het archief zien als een afgebakend (zelfs fysiek) geheel, kijken bijvoorbeeld onderzoekers daar op een andere manier naar: ‘oral history’ en juist het ontbreken van tastbare informatie (‘archival silence’) horen ook bij het archief van hun onderzoek. Dit hangt samen met wat Bastian en anderen de zogenaamde ‘archival turn’ in onderzoek noemen. De ‘archival’ waarde van onderzoeksbronnen is niet gelegen in het feit dat ze archiefstukken zijn, maar dat onderzoek heeft aangetoond dat ze bewijswaarde hebben. Zo kan een archeologische opgraving of een plaats van misdaad ook ‘archival’ zijn. Gewoon een verschil van definities als je ’t mij vraagt... De A van OAIS slaat ook niet op archief zoals wij dat kennen.
Maar heeft dit gevolgen voor archiefprofessionals en archiefinstellingen? Grappig was wel wat terug kwam uit de zaal. Wat archivarissen irritant schijnen te vinden is als mensen uit andere disciplines een nieuw theoretisch ‘speeltje’ vinden en daarover gaan tamboereren, terwijl archivarissen er al jaren mee bezig zijn (of zeggen te zijn) zonder gekend te worden: ze blijven ‘hand maidens’ voor historici. De discussie deed mij dan weer de andere kant op denken aan zaakgerichte ordening en zaakgericht werken. Iets totaal nieuws toch, een jaar of tien geleden? Nee, het principe bestaat al ruim een eeuw.

Een van de meer indrukwekkende lezingen was van Melanie Delva en Melissa Adams over de dekolonisatie van archieven en de verhouding hiervan tot de geïnstitutionaliseerde ethische code voor archivarissen. Adams vertegenwoordigde een ‘first nation’ stam in Canada, Delva is een archivaris van de Anglicaanse kerk in West-Canada. De discussie ging over een fotoarchief dat was opgebouwd door de opvarenden van een zendelingenschip, aangemeerd bij een stam in een veraf gelegen plek in het gigantische Brits Columbia. De stam wilde de foto’s in origineel of kopie hebben en daarnaast inspraak hebben op de raadpleging van foto’s waarin heilige objecten zichtbaar waren. In eerste instantie werd dat geweigerd, vanwege het beleid van de archiefinstelling. De lezing ging in op de redenen waarom dat niet zonder meer had moeten gebeuren (meer over de bredere achtergrond vind je hier) en waarom de ICA-code geen rekening houdt met dergelijke gevallen. Het argument was zelfs dat huidige ethische codes ‘westers’ zijn, scheve machtsverhoudingen in stand houden en ingaan tegen verklaringen als UNDRIP. Dat is nogal wat. Theo Thomassen was het daar in ieder geval in een reactie mee eens, hij stelde zelfs dat de ICA-code een gedateerde moralistische code is en geen professionele gedragscode. Ik ben benieuwd of dit een vervolg gaat hebben. En wat de invloed dan is op hoe wij aankijken tegen beheer en beschikbaarstelling van archieven m.b.t. Nederlands-Indië en Suriname, maar ook tegen migrantenarchieven en archieven van niet-westerse godsdienstorganisaties.


Chris Bellekom, foto van Erika Hokke

Chris Bellekom van het COA zat een drietal lezingen voor over archieven in conflictsituaties. Een van de lezingen was van Ellen van der Waerden over de instructies voor wat je zou kunnen noemen ‘archivalisering’ door Nederlandse militairen bij de invasie door de Duitsers in 1940. Het documentatieproces bestond uit het opmaken van oorlogsdagboeken, krijgsberichten en lijsten van menselijke en materiële verliezen. Op 14 mei 1940 werd het bevel uitgevaardigd om de stukken te vernietigen. Waarom is nooit duidelijk geworden, maar er werd zonder vragen met militaire precisie gevolg aan gegeven. Op 24 mei volgde een bevel van generaal Winkelman om te reconstrueren wat men nog wist van de stukken. Tsja, daar zit je dan. Tijdens maar vooral na de Tweede Wereldoorlog werd dit archief met een veelheid van verslagen aangevuld, zelfs tot in de jaren negentig. Of zoals Van der Waerden stelde: “We hebben nu waarschijnlijk een rijkere reconstructie van het gebeurde dan als de eerste documenten waren bewaard.” Dat is allicht zo, maar dan natuurlijk wel in een andere vormingscontext. Daar hield het overigens niet op. De functie van de collectie was niet alleen het mogelijk maken van historisch onderzoek: (ex-)soldaten werden ook op basis van de verslagen beoordeeld. Wat eigenlijk getuigenverslagen naderhand waren, werd kennelijk gebruikt als primaire bron. Die machtsfunctie en ‘multiple provenance’ van het archief komt ook terug in de ordeningsstructuur.

Peter Horsman sloot de dag af met een lezing over de Gacaca archieven, waar o.a. hij en Petra Links van het NIOD bij betrokken zijn. De Gacaca is een traditioneel systeem van decentrale ‘grass roots’ rechtspraak in Rwanda. Dit systeem werd ingezet bij de berechting van honderdduizenden mensen die betrokken waren bij de Rwandese genocide in 1994. Er was een getrapte structuur van een generale assemblee, sectorale en beroepsrechtbanken (1545 stuks), en lokale rechtbanken (9028 stuks). De lokale rechtbanken dienden voor het verzamelen van getuigenissen en het doen van uitspraken over materiële schade. Over dit geheel werd een intensieve bureaucratie heen gebouwd, met heel specifieke voorschriften voor het opmaken van processtukken. Al die deelarchieven zijn nu bijeengebracht op één locatie, samen met de opnames van rechtszaken. Een enorm ingewikkeld geheel, waarbij volgens Horsman een standaard als ISAD(G) niet volstaat om de dynamiek te beheersen. Nee, dat geloof ik ook wel. Wat dan wel de gekozen oplossing is werd me niet helemaal duidelijk, maar we horen hier in de toekomst waarschijnlijk wel meer over...

Morgen de laatste dag, onder andere over de wampum.

Joost van Koutrik werkt bij Het Utrechts Archief en weet ook veel van films. 

Gerelateerd
Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 - dag 1

maandag 3 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 - dag 1


Sinds 2003 vindt gemiddeld eens in de twee jaar het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) plaats: een congres waarin onderzoekers hun werk presenteren dat te maken heeft met archieven of archiefbeheer, om vervolgens te worden overladen met vragen vanuit het publiek. Voor de zevende editie is I-CHORA op 29-31 juli neergestreken in het Stadsarchief Amsterdam. Als congrescorrespondent voor Ingmar bladert en schrijft mocht ik verslag doen. De vorige I-CHORA in Amsterdam was in 2005, andere steden waren Boston, Austin, Toronto, Londen en Perth – dus de kans dat het de volgende keer in Nederland plaatsvindt is niet erg groot... Vreemd was ook dat er opvallend weinig Nederlanders aanwezig waren, terwijl de deelnemers van over de hele westerse wereld leken te komen (en een paar uit Iran).
Ik ga hier niet alle 28 lezingen behandelen, maar een keuze hieruit. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. En als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan vooral de ‘Reageer’-knop onderaan!

Dag één, 29 juli
Na de aftrap ging Elizabeth Shepherd (o.a. co-auteur van een standaard werk en onderzoeker naar de openbaarheid van informatie in Groot Brittannië) in op de onzichtbare rol van vrouwen in de geschiedenis van het vakgebied van archivistiek en informatiebeheer. Als er überhaupt al iets geschreven is over mensen uit ons werkveld, dan zijn dit vrijwel uitsluitend mannen... (De geschiedschrijving over ons vakgebied zal daar overigens bepaald niet uniek in zijn.) Vrouwen hebben echter een belangrijke rol gespeeld in de archivistiek. Een voorbeeld dat Shepherd onderzoekt is het vrouwelijke aandeel in de zogenaamde ‘records agents’ in Engeland in het interbellum. ‘Records agents’ waren zzp’ers en een soort van kruising tussen DIV’ers, informatiebeheer adviseurs en archiefonderzoekers. Veelal vrouwen dus, en Shepherd pikte er een paar uit voor biografieën.

De lezing van Jennifer Douglas ging in op de rol van foto’s van overleden mensen als bewijsstuk en de rol daarvan in het rouwproces, dit naar aanleiding van de miskraam van haar eigen dochter en het aanbod van het ziekenhuis om een foto te maken ter herinnering. Dat vond ze maar een raar idee... Maar er bleek een hele wereld achter te schuilen, vooral tijdens de 19e eeuw. Dus is ze dit fenomeen gaan onderzoeken. Destijds toonden de foto’s o.a. aan dat het kind daadwerkelijk had bestaan en ging het alsnog voor langere tijd deel uitmaken van het gezin. Er zijn ook nu nog hele websites aan gewijd. Als je het verhaal zo beluistert ga je ook in een andere context over selfies en Facebookpagina’s nadenken... Wat als de maker van een selfie overlijdt? Welke waarde krijgt zo’n foto dan voor de nabestaanden? En zou dat gevolgen moeten hebben voor het bedrijf dat die foto’s beheert?

Anne Gilliland behandelde de geschiedenis van het eiland Goli Otok, een van de gevangenissen in Kroatië onder het Tito regime. Het dient nu als een van de objecten die symbool staan voor de geschiedenis van Kroatië vanaf de jaren veertig. Tegenwoordig is het een voorbeeld van plaatsen voor zogenaamd ‘dark tourism’: een plek waar je jezelf in het cachot op de foto kunt laten zetten en daarna een frietje eten. Gililand behandelde de archieven die met het eiland te maken hebben, maar ook hun relatie tot het eiland als historisch object. Wat zegt het object zelf over de archieven, of vooral over de onderdelen die later blijken te ontbreken?

Theo Thomassen. Foto door Vincent Robijn
Theo Thomassen besprak zijn promotieonderzoek naar het archief van de Staten Generaal, waar onlangs de handelsversie van is verschenen. Specifieker ging hij in op de vraag of hij de archivistische methode voor dit archief kon gebruiken: het analyseren van het archief aan de hand van de ‘functies’ of ‘werkprocessen’ van de organisatie. Dat lukte voor een groot deel niet. Destijds was er ook al sprake van ‘multiple provenance’: het archief van de Staten Generaal zoals het nu bestaat komt eigenlijk al voort uit een ketenproces. Bovendien is het een archief dat zijn structuur heeft gekregen door het proces van machtsuitoefening: in de structuur zien we niet de wereld terug zoals die eruit zag, maar zoals de Staten wilden dat die eruit zou zien. Dit zal niet het enige archief zijn waarbij dat het geval is: denk aan archieven waarbij onderdelen bewust zijn weggelaten of later verwijderd. Een paar voorbeelden zullen ook hier langs komen.
Elizabeth Mullins behandelde het archiefbeheer bij de congregatie van de Sisters of Mercy, als casusstudie voor religieuze organisaties in Ierland in de 20e eeuw. En daar werd me wat afgearchiveerd... Recordkeeping was hier ook een overduidelijk machtsmiddel om de status quo te handhaven. Bij de congregatie was een regel of afspraak pas geldig als die werd opgeschreven, en ook nog eens door een hooggeplaatste persoon. Daardoor kon de macht binnen een congregatie ook centraal gehouden worden, tegenover zowel de nonnen als de kinderen die in de congregatie waren gehuisvest. Vreemd genoeg waren de voorschriften voor archiefbeheer kennelijk niet erg duidelijk, waardoor veel informatie verloren is gegaan. (Of misschien bestonden er wel verbale instructies, en waren die over archiefbeheer héél expliciet...) Aan een aantal dossiers van kinderen kun je wel nog zien hoe er o.a. met strafmaatregelen werd omgesprongen. Die dossiers waren weer een waardevolle bron voor het zogeheten Ryan Report uit 2009, kort gezegd de Ierse tegenhanger van de Commissie Deetman.

De slotlezing van Eric Ketelaar op dag één ging naast het archief van Rembrandt in op een hoop zaken, maar vooral op de begrippen ‘archival consciousness’ en ‘archival negativism’. Dat laatste duidt op de ontmoediging (door cultuur of organisatie) om informatie als archief vast te leggen en te bewaren – of juist de vernietiging ervan te stimuleren. Hij haalde daarvoor Derrida’s Archive fever aan (zie o.a. hier), maar stelde dat in deze context Derrida juist niet gaat over het bewaren van archieven; integendeel, het gaat eigenlijk over het vernietigen ervan. We zullen er vast nog wel een vervolgartikel over zien.

Morgen de tweede dag, onder andere over wat een archief is en over de Ethische Code.

Joost van Koutrik werkt bij het Utrechts Archief en twittert ook nog wel eens.

woensdag 15 juli 2015

WhatsApp en archivering

Hoge vlammen vanuit unit 4800. Bron: Marcel Otterspeer/het fotobureau/Hollandse Hoogte
Sinds een paar weken kun je met het BHIC WhatsAppen. Hoe fantastisch ik dat ook vind, daar gaat het nu niet over. Het gaat over een ander stokpaardje:

WhatsApp-berichten kunnen archiefstukken zijn, die nodig zijn om het handelen van de overheid te reconstrueren!

Vorig jaar vonden er bij Shell in Moerdijk twee zware explosies plaats, gevolgd door een grote brand. De explosies waren tot op 20 kilometer afstand te horen en onderdelen van de geëxplodeerde installatie werden tot 800 meter weggeslingerd. Twee werknemers raakten gewond. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft onderzoek gedaan naar dit voorval.
En dit citaat komt uit het rapport van de OVV:
Naast de centrale manier van werken in het LCMS*, maakten verschillende crisisteams gebruik van WhatsApp. Ze maakten specifieke 'groepen' aan en deelden tijdens de inzet onderling informatie. Deze informatie was daarmee geen onderdeel van het informatiesysteem. Hierdoor kon het niet bijdragen aan het interregionale informatiebeeld.
(pagina 82)
En de OVV ziet het gebruik van WhatsApp als een aandachtspunt, omdat
het mogelijk voor een parallel systeem naast het LCMS zorgt en het systeem op momenten vervangt. De status van informatie via WhatsApp is lastig te duiden, veelal niet vastgelegd en niet meer na te gaan. Er dient hiervoor aandacht te zijn, vooral daar waar mensen geen gebruik (kunnen) maken van LCMS. De Onderzoeksraad ziet hierin een duidelijk nadeel en dat is het ontbreken van de regie hierop vanuit de hoofdstructuur.
(pagina 82)
Interessant hè?
En daar komt dan die circulaire uit het begin van deze eeuw, nog bij...

*LCMS staat voor Landelijk CrisisManagement Systeem "een operationeel informatiesysteem waarin basisinformatie van alle bestrijdingsprocessen geregistreerd staat. Het gaat om informatie over de aard en omvang van een incident, de effecten, de wijze van bestrijden en de bestrijdingsmiddelen die aanwezig zijn of nog komen."
Een tijdje geleden was het in het nieuws, omdat een Brabander het wachtwoord voor het systeem via Google achterhaald had.
Het LCMS wordt beheerd door het Instituut Fysieke Veiligheid, maar ik heb geen idee hoe de archivering geregeld is. Is eigenlijk ook wel interessant om eens uit te zoeken, hè.

Gerelateerd
Twitter, crisis-communicatie en archiveren